Concept: Auteursrecht en “the 20th century black hole”

Het doel van het auteursrecht is het balanceren van twee maatschappelijke belangen: het ontwikkelen van nieuwe ideeën enerzijds, en verspreiden en hergebruiken daarvan anderzijds:

  • Als maatschappij hebben we belang bij het kunnen verspreiding en hergebruiken van elkaars ideeën. We bouwen beschaving op elkaars schouders. De creaties van bijvoorbeeld Aristoteles, Shakespeare, en Van Gogh zijn nu van ons allemaal geworden, en verrijken ons leven. Ze vormen ons ‘publieke domein’: werk dat iedereen zonder enige vorm van toestemming of betaling vrijelijk mag hergebruiken.
  • Als maatschappij hebben we belang bij de ontwikkeling van nieuwe ideeën, anders valt er niet veel te verspreiden en hergebruiken. Dat kan onder andere door het voor het individu makkelijker te maken om er geld mee te verdienen. Ook Shakespeare at brood.

Begin 19e eeuw moest je creatieve werken die je wilde bescherming aanmelden bij een register. Het copyright tekentje gaf dan aan dat het werk aangemeld was, en dat kopiëren een rechtszaak kon betekenen. Dat veranderde in 1886, toen tijdens de Berner Conventie werd bepaald dat alles automatisch bescherming zou genieten. Wie iets moois met voldoende ‘eigen signatuur’ creëert, zo stelde het verdrag, zal een tijd lang door de staat beschermd worden tegen het zonder toestemming verspreiden of kopiëren van die creatie.

In de 20e eeuw is die beschermingsperiode onder invloed van een sterke lobby steeds een stukje verder opgerekt. Partijen als Disney lobbyden succesvol voor verlenging, zodat Mickey Mouse langer commercieel kon worden geëxploiteerd, en niet het publieke domein in zou gaan.

De periode is zover opgerekt dat zelfs de dood van de auteur er niet meer toe doet. De huidige periode van bescherming geldt tot 70 jaar na de dood van de auteur. Pas als Walt Disney zeventig jaar dood is, in 2036, zal Mickey Mouse zijn plaats innemen naast Shakespeare’s toneelstukken en van Gogh’s schilderijen. Tenminste, als tegen die tijd de beschermingsperiode niet nog verder is opgerekt.

De invloed op creativiteit

Door deze ontwikkeling is de groei van het publieke domein in de 20e eeuw tot stilstand gekomen. Experts spreken van een ‘zwart gat’:

Veel makers zijn niet blij met de bescherming omdat zij daarmee niet eenvoudig en/of niet legaal aan goed materiaal kunnen komen om op verder te bouwen. Op moment van schrijven zit de meerderheid van de menselijke creaties die na 1910 gemaakt zijn ‘op slot’. Muziekgenre’s als hiphop, waarin veelvoudig gebruik van samples uit soulmuziek en andere hip hop nummers, zijn in theorie een bureaucratische nachtmerrie. Gelukkig wordt er in de praktijk niet zo nauw genomen. Maar in een digitaal tijdperk wordt het steeds makkelijker om te achterhalen welke stukjes muziek zijn hergebruikt. De kans op een rechtszaak of nota groeit, waardoor het remixen en samplen wordt ontmoedigt. Omdat alle cultuurvormen in meer of mindere mate voortbouwen op het werk van voorgangers, wijzen critici op het gevaar dat creativiteit wordt ontmoedigt, en er nieuwe bronnen van inkomsten worden misgelopen.

Activisme in het auteursrecht

Sommige makers plaatsen hun werk tegenwoordig heel bewust in het publieke domein. Dankzij open source en ‘copy left’ licenties zoals Creative Commons is er hedendaags materiaal beschikbaar waarmee makers snel nieuwe dingen met een eigen signatuur kunnen samenstellen.

Werk dat in het publieke domein of onder copyleft licenties is vrijgegeven heeft als voordeel dat er geen toestemming hoeft te worden gevraagd voor het hergebruik (dan is handig, want makers zijn niet altijd te achterhalen), en dat vooraf duidelijk is wat de kosten van het hergebruik zullen zijn. Financieel zijn die nul, al kan werk met een Creative Commons licentie wel andere eisen stellen, zoals het vereisen dat de maker wordt genoemd, dat de nieuwe creatie ook onder een vrije licentie wordt vrijgegeven, of dat de nieuwe creatie waar het deel van uitmaakt niet commercieel mag worden geëxploiteerd.

Kritiek en politiek

Toen we wet werd opgesteld had niet iedereen een camera of opname apparatuur. De volautomatische bescherming rust op een aanname dat iedereen die cultuur produceert er ook geld mee wil verdienen. Rond 1900 was dat een bruikbare aanname, want toen hadden voornamelijk professionals productiemiddelen. Maar die situatie is nu heel anders; in het westen hebben we allemaal smartphones, laptops en het internet. Dankzij een toename aan vrije tijd maken steeds meer mensen daar ook nog eens mooi werk mee, zonder daarmee geld te willen verdienen. Deze mensen staan waarschijnlijk welwillend tegenover vrij hergebruik door anderen, maar het vergt nu bewustzijn en relatief veel moeite om het werk vrij te geven.

Het auteursrecht reflecteert de hedendaagse situatie niet. Veel critici beschrijven haar zelfs als een last. De toename van productiemiddelen, capaciteit en verspreidingsmogelijkheden (internet) zouden tot een explosie aan nieuwe vormen, genres en markten hebben moeten leiden. Maar die explosie blijft uit.

Omdat het internet het zo makkelijk maakt wordt er wel veel hergebruikt. Powerpoint presentaties staan bijvoorbeeld vol met plaatjes die mensen van het internet hebben geplukt. Volgens het huidige auteursrecht zijn de makers van zulke powerpoints eigenlijk crimineel bezig.

Het is voor beleidsmakers erg lastig gebleken om een hedendaagse balans te vinden tussen het belang van de maatschappij en het belang van de markt. Marktpartijen lobbyen voor hun eigen korte termijn belangen, en niet voor de lange termijn kans dat de hele markt groei. Het is voor politici lastig is om te kwantificeren hoeveel kansen er misgelopen worden; markten die niet ontstaan zijn hebben ook geen lobbyisten in dienst. Steeds meer makers en burgers maken zich sterk voor het maatschappelijk belang. Maar vooralsnog lijkt Mickey Mouse het eeuwige leven te hebben.

WIKIPEDIA Over auteursrecht.

ARTIKEL Europeana over het zwarte gat in het publieke domein.

ORGANISATIE Communia is een Europees samenwerkingsverband van organisaties die vernieuwing nastreven.

Zie ook: de concepten Innovatie en Opportunity Cost.

De fotos op deze website komen van websites als Pexels en Pixabay waar fotografen hun werk expliciet in het publieke domein hebben geplaatst. De bovenstaande grafiek is door Europeana in het publieke domein geplaatst, waardoor ik ze eigenlijk niet eens hoef te noemen.