Concept: Innovatie

Omdat we in ons dagelijks taalgebruik geen onderscheid maken tussen verschillende soorten ‘innovatie’,1 kan het al snel een toverwoord worden waar je eigenlijk niet tegen kan zijn.

Pas als we genuanceerder kijken, en de verschillende soorten innovatie uiteenrafelen, kunnen we complexere uitspraken doen. Dan vinden we sommige soorten innovatie fijn, maar andere soorten misschien niet.

Een aantal manieren om ‘innovatie’ op een as te zetten zijn:

Innovatie of Inventie?

  • Inventie is het onderzoeken wat nieuwe wetenschappelijke inzichten of technologische bouwstenen nou eigenlijk mogelijk maken. Een iconisch voorbeeld is Willie Wortel or professor Barabas.
  • Innovatie is het onderzoeken hoe die uitvindingen in maatschappelijke processen kunnen worden geïntegreerd, en is en ‘breder’ concept. Het in de markt zetten van een uitvinding, of het integreren in een bestuurlijk proces kunnen we ook innovatie noemen. Het is wat Donald Duck doet met Willie Wortel’s uitvindingen.

Veel modellen bekijken innovatie als reis die klein begint en groot eindigt, een proces van ‘diffusie’.

Begin Einde
Inventie Innovatie
Nieuwsgierigheids gedreven onderzoek Markt of maatschappelijk gedreven onderzoek
“Harde innovatie” in het lab “Zachte innovatie” in het veld.
Begin halverwege Einde
Inventie Innovatie Diffusie
Vorm onderzoek 2(in een medialab)  Context onderzoek (kleine testen) Transformatie onderzoek (de grootschalige transformatie van de maatschappij).
Fundamenteel onderzoek Living lab Te koop bij de Action
Wetenschap Technologie Zo alledaags dat het niet meer als technologie wordt gezien (de balpen bijvoorbeeld).

WIKIPEDIA over technologische verandering.

Zijsprong: de ethische overwegingen

Even een zijsprong: waar zou in dit proces de “ethische overweging” plaats moeten vinden?

In discussies over de gevolgen van technologie voor de maatschappij wordt technologie vaak als ‘neutraal’ beschreven. Wie doorvraagt ontdekt dan dat vooral inventie als neutraal gezien wordt, omdat er in die eerste fase nog niet wordt nagedacht over het maatschappelijk effect, en er alleen sprake zou zijn van onschuldige nieuwsgierigheid.

Het is belangrijk om te doorzien dat niets dat de mens maakt ooit volledig neutraal is, ook niet wanneer dat uit ‘pure nieuwsgierigheid’ gebeurt. Wie wel of niet onderzoeksgeld krijgt, dat is ook een politiek getouwtrek. Wanneer het leger geld steekt in onderzoek naar kernsplitsing, is dat dan een neutraal gebaar? Er is relatief weinig geld gestoken in het onderzoek naar kernfusie bijvoorbeeld, een energiebron die niet zo direct tot wapen om te zetten is als kernsplitsing, omdat kernfusie van zichzelf de neiging heeft om te stoppen in plaats van op hol te slaan.

Aan de andere kant van het spectrum zien we hoe technologie zo alledaags kan worden dat de ethische implicaties ook weer moeilijk te doorzien worden. Wanneer dingen als roken of het gebruik van olie als brandstof eenmaal gemeengoed zijn, is het zeker mogelijk om daar invloed op uit te oefenen, maar het is een traag proces.

In de middelste fase, tussen fundamenteel onderzoek en totale marktpenetratie, daar vindt meestal de bredere maatschappelijke discussie plaats. Die discussie wordt helaas afgeremd door het wijdverspreide Technologisch Deterministische idee dat technologie ‘toch niet te stoppen is’, of door de opkomst van ‘reverse technology assessment’; de tactiek van startups als AirBNB en Uber om zo snel zo groot te worden dat de discussie alleen nog maar achteraf kan plaatsvinden. Dan blijkt dat het invoeren van regulering omgeven is door een woud van nieuwe belangen.

Zie ook: Technologisch Determinisme vs. Sociaal Constructivisme, Reverse Technology Assessment.

Top-down vs bottom-up innovatie

Een andere (meer Sociaal Constructivistische) manier om innovatie te ontrafelen, is door te kijken wie het initieert, en binnen welke machtsverhoudingen dat gebeurt. Op de uiteinden van deze as staan:

  • Top down. Dit zijn bedrijven, overheden of andere machtige organisaties die grote plannen hebben.
  • Bottom-up. Dit zijn burgers, kunstenaars en makers die zelf aan de slag gaan.

Bottom-up innovatie is belangrijk omdat het goed inbedden van technologie in menselijke situaties en contexten erg lastig is. Grote partijen zullen om allerlei redenen sneller “onze size fits all” producten maken. De iPhone bijvoorbeeld. Maar een handige klusser met een zaag maakt een kast precies op maat, of pakt een soldeerbout of schrijft wat programmeercode om een gat in de markt zelf op te vullen.

Burgers zien vanuit hun perspectief heel andere problemen en kansen. Terwijl vrijwel elk bedrijf het inzetten van de cloud als een vanzelfsprekendheid is gaan zien, bouwen burgers zelf bijvoorbeeld privacy vriendelijke slimme thermostaten die niet meteen met de cloud communiceren. Deze alternatieve vormen van gebruik kunnen groot uitpakken. Een mooi voorbeeld hiervan is de ontwikkeling van MPesa, een digitaal betaalmiddel dat erg populair is in Afrika, en dat ontstond toen slimmerikken beltegoed codes via SMS ging doorsturen. Stukje bij beetje groeide deze ‘hack’ uit tot een rudimentaire vorm van digitaal bankieren.

Wanneer deze bottom-up innovatie wordt gestimuleerd, en de ontwikkelingen goed worden bekeken en serieus genomen, zijn er juist voor de top-down partijen weer kansen en verlangens waar te nemen waar op kan worden ingespeeld.

grondstof CREATIE innovatie Gevolg
Electronica.
Kennis.
Netwerk van mensen en ideeën.
Plantas Parlantas, een kunstproject waarin je muziek kan maken door planten aan te raken. Disney heeft het idee ‘gevonden’ en bouwde het uit tot product. Commercie, Verdere verspreiding van idee,
Nieuw expressief normaal voor de kinderen.

De muziekindustrie is een mooi voorbeeld van de cyclische aard van deze processen:

grondstof CREATIE innovatie Gevolg
Inspirerende muziek,
Expressie- en vernieuwingsdrang,
Middelen & Tijd
Hip Hop in de Bronx Hip Hop is overal Inspirerende muziek,
Expressie- en vernieuwingsdrang,
Commercie
Menselijk geluk

Zie ook: Digital Social Innovation.

Zijsprong: het belang van burgerlijk eigendom voor bottom-up innovatie

Helaas zien we in de maatschappij dat de grote partijen lobbyen voor het inperken van de ruimte voor bottom-up innovatie:

  • Ons gedeelde maatschappelijke eigendom, zoals boeken, foto’s en videos in het publieke domein, is door uitbreidingen van het auteursrecht de afgelopen decennia niet significant gegroeid. Dit is op korte termijn schadelijk voor de bottom-up innovatoren, en op de lange termijn ook voor de top-down partijen. De pagina over auteursrecht op deze site gaat dieper op dit vraagstuk in.
  • Wanneer iets onze persoonlijke eigendom is, dan mogen we daarmee experimenteren zolang we daar anderen geen schade mee berokkenen. Veel grote partijen die deze vrijheid willen inperken stimuleren het gebruik van lease modellen, waarbij je bijvoorbeeld niet meer de eigenaar bent van je mobiele telefoon, en daarmee het recht verliest om die bijvoorbeeld zo aan te passen dat die je privacy beschermt, of dat je laptop zonder bijbetalen via die mobiele telefoon online kan gaan. Een parallelle ontwikkeling is de verspreiding van ideaalbeelden als “delen is het nieuwe hebben”, waarbij burgers worden gestimuleerd om dingen niet meer in eigendom te nemen. Bij beide modellen moet worden beseft dat ze de rechten van de burger inperkten, en daarmee het bottom-up innovatievermogen kunnen verminderen. Deze modellen kunnen daarnaast burgerlijke armoede verbloemen: deelnemen aan de deeleconomie is niet altijd een keuze.
  • Zelfs bij dingen die 100% onze eigendom zijn is het tegenwoordig minder vanzelfsprekend dat we die ook kunnen aanpassen. In Internet of Things apparaten worden technologische barrières ingebouwd die het aanpassen moeilijk maken. Een koffiezet apparaat werkt dan alleen met de koffiepads van 1 merk. Dit soort praktijken zijn niet zonder risico voor de consument: op internet aangesloten apparaten die niet meer door de producent worden ge-update vormen een beveiligingsrisico. Deze praktijk is wijdverbreid: 87% van de Android telefoons die in gebruik zijn krijgen geen beveiligingsupdates. Daarmee zijn apparaten die twee jaar oud zijn eigenlijk al ‘kapot’. Ter vergelijking: Apple ondersteunt haar telefoons 5 jaar.
    Zelfs als het lukt om de software zelf te updaten, dan is er het probleem dat het doorbreken van zulke barrières steeds vaker wordt gecriminaliseerd. Een berucht voorbeeld is tractor bedrijf John Deere, die stelde dat boeren slechts een licentie op de software in hun slimme tractoren hadden, en daardoor niet het recht hadden om die te repareren.

Zie ook: Lawrence Lessig, auteursrecht

Een gezond innovatieklimaat erkent alle partijen

In het populaire discours zijn het vooral commercieële partijen, zoals startups, die zichzelf als innovatoren neerzetten. Dat is niet terecht. Ten eerste wordt echt fundamenteel onderzoek wordt vaak door de overheid geïnitieerd en gefinancierd. Rutger Bregman en Jesse Frederik beschrijven bijvoorbeeld de rol van de overheid als grootste durfkapitalist, die risico’s kan nemen die bedrijven niet zo snel zullen oppakken.

Ten tweede wordt in dit narratief de rol van de burger onvoldoende erkend. Echt menswaardige innovatie wordt vooral door de ‘civil society’ onderzocht. Daarbij kun je denken aan burgers (hackers bijvoorbeeld), allerlei stichtingen, academici en enkele bedrijven. Vanuit het oogpunt van commercie wordt technologie te snel enkel gezien als iets dat een efficiëntie mogelijk maakt. Technologie wordt dan slechts instrumenteel ingezet, als een tool. Kunstenaars laten een heel andere kanten zien: technologie is ook een taal en vorm van expressie. Evenzo wijzen academici en white hat hackers op technologie als een niet goed begrepen vorm van macht.

In een goed innovatieklimaat wordt de kennis van alle partijen geïntegreerd.

Zie ook: Value Sensitive Design.

WIKIPEDIA Professor Everett Rogers beschreef hoe innovaties zich verspreiden.

ARTIKEL Jesse Frederik over de overheid als belangrijkste durfkapitalist.

Zie ook: Reverse Technology AssessmentTechnologisch Determinisme.